Vanaf uiterlijk 1 januari 2027 worden de regels rond aanwezigheidsregistratie op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen uitgebreid. Voor bouwheren, aannemers, onderaannemers, zelfstandigen en bouwdirecties betekent dit dat de bestaande registratieplicht niet langer beperkt blijft tot het moment van aankomst op de werf. Ook het vertrek van de werf zal voortaan elektronisch geregistreerd moeten worden.
Wat is vandaag al verplicht?
Vandaag bestaat er al een verplichte elektronische aanwezigheidsregistratie via Checkinatwork voor personen die werken uitvoeren op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvan de totale waarde meer dan 500.000 euro bedraagt. Die verplichting geldt voor wie op de werf aanwezig is om werken in onroerende staat uit te voeren.
Tot nu toe lag de nadruk vooral op de registratie bij aankomst. In de praktijk betekende dit dat men kon aantonen wie zich op een bepaald moment had aangemeld op de bouwplaats.
Wat verandert er vanaf 2027?
De nieuwe regelgeving voert een verplichte uitregistratie in. Iedereen die onder de registratieplicht valt, zal zich dus niet alleen moeten registreren bij aankomst, maar ook bij het verlaten van de bouwplaats.
Concreet betekent dit:
De overheid wil hiermee een correcter en actueler beeld krijgen van wie op elk moment werkelijk aanwezig is op een bouwplaats.
Waarom wordt de regelgeving uitgebreid?
De uitbreiding kadert in de strijd tegen sociale fraude, sociale dumping en schijnconstructies in de bouwsector. Door zowel aankomst als vertrek te registreren, kunnen inspectiediensten beter nagaan wie wanneer aanwezig was.
Maar de maatregel heeft ook een veiligheidsdimensie. Een actueel overzicht van aanwezigen op de werf is belangrijk bij incidenten, evacuaties, coördinatievergaderingen en veiligheidsopvolging. Zeker op grotere of complexere werven, met meerdere aannemers en onderaannemers, is een correcte aanwezigheidsregistratie meer dan een administratieve formaliteit.
Wie moet registreren?
De verplichting geldt voor alle natuurlijke personen die aanwezig zijn op een tijdelijke of mobiele bouwplaats om er werken in onroerende staat uit te voeren. Denk onder meer aan:
Voor partijen die slechts occasioneel op de werf aanwezig zijn, wordt het dus belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken: wie moet registreren, via welk systeem, en wie controleert of dit correct gebeurt?
Impact voor bouwheren en aannemers
Voor aannemers betekent de nieuwe regeling dat bestaande procedures moeten worden aangepast. Waar vandaag vaak enkel wordt gecontroleerd of medewerkers en onderaannemers correct ingecheckt zijn, zal ook de uitcheck een vast onderdeel van de werfroutine moeten worden.
Bouwheren en projectverantwoordelijken doen er goed aan om de verplichting op te nemen in contractuele afspraken, werfprocedures en startvergaderingen. Ook onderaannemers moeten duidelijk geïnformeerd worden over hun verplichtingen.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
Conclusie
De uitbreiding van de aanwezigheidsregistratie op bouwplaatsen betekent dat vanaf uiterlijk 1 januari 2027 niet alleen de aankomst, maar ook het vertrek van de werf geregistreerd moet worden. Daarnaast verdwijnt de mogelijkheid om aanwezigheden vooraf te registreren.
Voor bouwprofessionals is dit een goed moment om de bestaande werfprocedures onder de loep te nemen. Een correcte registratie vermijdt discussies, ondersteunt de wettelijke naleving en draagt bij aan een beter georganiseerde en veiligere werf.