1792051379_6ad088b316fc3.jpg

Europese taxonomie en DNSH: hoe EPB en energiesimulaties helpen

15 Oct 2026

Europese taxonomie en DNSH: waarom een klassieke EPB-berekening niet altijd volstaat

Hoe Egeon Ingenieurs met EPB-kennis, energiesimulaties en technische studies bouwprojecten helpt om duurzaamheidscriteria aantoonbaar te maken.

Een gebouw kan perfect voldoen aan de Belgische energieprestatieregelgeving en toch onvoldoende gedocumenteerd zijn om aan de duurzaamheidsvoorwaarden van een Europese subsidie of een groene financiering te voldoen.

Dat merken we steeds vaker bij Egeon Ingenieurs.

Architecten, projectontwikkelaars, overheden en vastgoedbeheerders krijgen naast de vertrouwde EPB- en EPC-verplichtingen bijkomende vragen over de Europese taxonomie, het DNSH-principe (Do No Significant Harm) en de aantoonbare milieuprestaties van hun bouw- of renovatieproject.

Een terugkerende vraag is bijvoorbeeld:

Kunnen we aantonen dat een renovatie minstens 30% minder primaire energie vraagt dan vóór de werken?

Dat lijkt een eenvoudige vraag. Maar in de praktijk is het antwoord niet altijd terug te vinden in de wettelijk verplichte EPB-documenten.

Bij heel wat renovaties wordt immers geen volledige energieprestatieberekening uitgevoerd die het primaire energieverbruik van het gebouw vóór en na de werken weergeeft.

Precies daar kunnen aanvullende energiesimulaties het verschil maken.

Egeon Ingenieurs gebruikt zijn expertise in EPB, energieprestatieberekeningen en gebouwtechniek om die ontbrekende informatie te berekenen, de impact van renovatiemaatregelen te beoordelen en een technisch onderbouwd dossier op te stellen.

1. Wat is de Europese taxonomie?

De Europese taxonomie is een classificatiesysteem dat bepaalt onder welke voorwaarden economische activiteiten als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd.

De basis is vastgelegd in de Europese Taxonomieverordening (EU) 2020/852.

Het doel is om investeerders, banken en ondernemingen een gemeenschappelijk kader te bieden waarmee ze de milieuprestaties van investeringen objectiever kunnen beoordelen.

Voor de bouwsector is dit bijzonder relevant. Gebouwen verbruiken tijdens hun levensduur energie, veroorzaken materiaalstromen en hebben een impact op klimaat, water, milieu en grondstoffen.

De taxonomie kijkt daarom verder dan alleen de energieprestatie van een gebouw.

De zes milieudoelstellingen

De Europese taxonomie vertrekt van zes milieudoelstellingen:

Milieudoelstelling Betekenis voor bouwprojecten
Klimaatmitigatie Energieverbruik en broeikasgasuitstoot verminderen
Klimaatadaptatie Gebouwen bestand maken tegen toekomstige klimaatrisico's
Water en mariene hulpbronnen Efficiënt watergebruik en bescherming van waterbronnen
Circulaire economie Materialen hergebruiken, afval beperken en gebouwen demonteerbaar ontwerpen
Preventie en bestrijding van verontreiniging Schadelijke stoffen, emissies en vervuiling vermijden
Biodiversiteit en ecosystemen Natuur en ecosystemen beschermen

Een economische activiteit is niet automatisch duurzaam zodra ze positief scoort op één van deze doelstellingen.

Om als taxonomieconform te worden beschouwd, moet ze aan verschillende voorwaarden voldoen.

2. Wat betekent DNSH: Do No Significant Harm?

DNSH betekent letterlijk: geen ernstige afbreuk doen.

Het principe houdt in dat een activiteit die substantieel bijdraagt aan één milieudoelstelling geen significante schade mag veroorzaken aan de andere milieudoelstellingen.

Neem bijvoorbeeld een grondige energetische renovatie van een kantoorgebouw.

De renovatie kan het energieverbruik aanzienlijk verminderen en daarmee bijdragen aan klimaatmitigatie. Toch volstaat die energiebesparing op zichzelf niet om de activiteit als taxonomieconform te beschouwen.

Ook de toepasselijke DNSH-voorwaarden moeten worden nageleefd.

Dat kan onder meer betekenen dat het project aandacht moet besteden aan klimaatrisico's, het beheer van bouw- en sloopafval, waterbesparende sanitaire toestellen en de emissies van bepaalde bouwmaterialen.

Daarnaast gelden voor volledige taxonomieconformiteit ook de zogenaamde minimum safeguards: minimale waarborgen met betrekking tot onder meer mensenrechten en verantwoord ondernemingsgedrag.

De Europese taxonomie beoordeelt dus niet alleen hoe energiezuinig een gebouw wordt, maar ook de bredere milieu-impact van de economische activiteit.

Belangrijk is wel dat niet iedere milieudoelstelling voor elke activiteit dezelfde technische verplichtingen oplegt. De concrete criteria hangen af van de activiteit, de gekozen milieudoelstelling en de toepasselijke gedelegeerde verordening.

3. Waarom worden de Europese taxonomie en DNSH belangrijker voor bouwheren?

De invloed van deze Europese kaders is vooral merkbaar bij projecten waar financiering, subsidies of duurzaamheidsrapportering een belangrijke rol spelen.

Europese subsidies en FEDER-projecten

Projecten die financiële ondersteuning ontvangen via Europese programma's kunnen verplicht worden om aan te tonen dat ze het DNSH-principe respecteren.

Dat geldt onder meer binnen het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO, in Franstalig België FEDER genoemd), afhankelijk van het programma en de voorwaarden van de oproep.

Voor een gesubsidieerd renovatieproject kan dat betekenen dat de bouwheer technische informatie moet aanleveren over het verwachte energieverbruik, materiaalgebruik of de klimaatbestendigheid.

Een belangrijk onderscheid: DNSH-naleving voor een Europees subsidieprogramma is niet noodzakelijk hetzelfde als volledige conformiteit met alle criteria van de Europese taxonomie. De subsidievoorwaarden bepalen welke bewijsstukken precies nodig zijn.

Banken en duurzame vastgoedfinanciering

Ook banken en investeerders houden rekening met duurzaamheidscriteria bij de beoordeling van vastgoedprojecten.

Bij bepaalde groene leningen of duurzame investeringsproducten kunnen ze vragen naar de energieprestatie, aantoonbare besparingen en taxonomieconformiteit van een project.

Een gebouw dat technisch goed presteert, maar waarvoor de noodzakelijke bewijsstukken ontbreken, kan daardoor moeilijker beoordeeld worden.

Een goed onderbouwde energiesimulatie kan hier waardevol zijn.

Ze maakt de verwachte prestaties inzichtelijk en helpt de financier om na te gaan of aan de relevante voorwaarden wordt voldaan.

Een gunstige simulatie garandeert uiteraard geen financiering of subsidie.

Duurzaamheidsrapportering en de CSRD

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht bepaalde grote ondernemingen om gestructureerd te rapporteren over hun duurzaamheidsimpact.

De Europese regelgeving is in 2026 aanzienlijk vereenvoudigd. Door Richtlijn (EU) 2026/470 wordt het toepassingsgebied beperkt tot ondernemingen die gemiddeld meer dan 1.000 werknemers tellen én een nettojaaromzet van meer dan 450 miljoen euro realiseren. De verdere toepassing hangt ook af van de omzetting en overgangsbepalingen.

Toch blijft betrouwbare informatie over de milieuprestaties van gebouwen belangrijk.

Ook ondernemingen die zelf niet onder de CSRD vallen, kunnen op vrijwillige of contractuele basis gegevens aanleveren aan investeerders, kredietinstellingen en opdrachtgevers.

Voor eigenaars en beheerders van grotere vastgoedportefeuilles worden energieprestaties daardoor steeds meer een onderdeel van hun investeringsstrategie.

4. Welke eisen stelt de Europese taxonomie aan de energieprestatie van renovaties?

Voor renovatieprojecten is activiteit 7.2 – Renovation of existing buildings uit de Europese klimaatgerelateerde taxonomiecriteria bijzonder relevant.

Wanneer een renovatie als substantiële bijdrage aan klimaatmitigatie wordt beoordeeld, zijn er twee alternatieve routes om aan het energiecriterium te voldoen.

Route 1: voldoen aan de toepasselijke eisen voor een ingrijpende renovatie.

Het project voldoet aan de nationale of gewestelijke eisen voor een major renovation zoals bedoeld in de relevante Europese regelgeving.

De exacte kwalificatie moet worden beoordeeld volgens de toepasselijke nationale of regionale regelgeving. Een Vlaamse gewone renovatie of ingrijpende energetische renovatie (IER) mag daarom niet zonder verdere controle gelijkgesteld worden met de Europese definitie.

Route 2: minstens 30% vermindering van de primaire energiebehoefte.

De renovatie realiseert een vermindering van de primaire energiebehoefte (Primary Energy Demand of PED) van minstens 30%.

De berekening van deze besparing moet worden onderbouwd.

De Europese criteria bepalen bovendien dat de verbetering moet voortkomen uit een werkelijke vermindering van de primaire energiebehoefte. Een daling van de netto primaire energiebehoefte die uitsluitend voortvloeit uit de toepassing van hernieuwbare energie mag niet worden meegeteld voor deze 30%-route.

Het is dus niet voldoende om bijvoorbeeld zonnepanelen te plaatsen en vervolgens alleen de verminderde afname van het elektriciteitsnet als energiebesparing te beschouwen.

De besparing kan wel worden gerealiseerd door een opeenvolging van maatregelen over een periode van maximaal drie jaar.

Opgelet: die 30% is geen algemene wettelijke renovatieverplichting voor ieder gebouw. Het is een specifieke alternatieve beoordelingsroute binnen de Europese taxonomie.

5. Het probleem: een gewone EPB-renovatie levert niet altijd een primair energieverbruik op

Hier ontstaat in de praktijk een belangrijk verschil tussen de Belgische EPB-regelgeving en de Europese taxonomie.

De EPB-regelgeving heeft in de eerste plaats als doel te controleren of een bouw- of renovatieproject aan de toepasselijke energieprestatie- en binnenklimaateisen voldoet.

Welke berekeningen verplicht zijn, hangt af van de aard van de werken, het gebouwtype, het gewest en de vergunningsdatum.

Vlaanderen

Bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties wordt onder meer de globale energieprestatie beoordeeld.

Bij een gewone renovatie ligt de nadruk daarentegen vooral op de eisen voor de aangepaste gebouwdelen en installaties, zoals isolatie, beglazing en ventilatie.

Voor een gewone renovatie wordt in Vlaanderen geen EPC Bouw afgeleverd en wordt geen officieel E-peil vastgesteld.

Een vrijwillige aanvullende berekening kan technisch wel worden gemaakt, maar krijgt daardoor niet automatisch het statuut van een officieel EPC Bouw.

Brussel

Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verschillen de eisen naargelang het gaat om nieuwbouw, een met nieuwbouw gelijkgestelde renovatie, een zware renovatie of een eenvoudige renovatie.

Bij bepaalde renovatiecategorieën gelden wel eisen voor het primaire energieverbruik, terwijl voor andere categorieën vooral technische deelvereisten gelden.

Wallonië

In Wallonië wordt eveneens onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw, met nieuwbouw gelijkgestelde werken en verschillende renovatiecategorieën.

Afhankelijk van de aard van het project bestaat de wettelijke beoordeling onder meer uit eisen voor isolatie, ventilatie en installaties, zonder dat noodzakelijk een volledige vergelijkende berekening van het primaire energieverbruik wordt afgeleverd.

Waarom is dat een probleem voor een taxonomiedossier?

Stel dat een bouwheer een bestaand kantoorgebouw renoveert.

De architect en EPB-verslaggever zorgen ervoor dat alle wettelijk toepasselijke EPB-eisen worden nageleefd.

Maar de bank of subsidiërende overheid vraagt vervolgens:

Hoeveel bedraagt de primaire energiebehoefte vóór en na de renovatie, en hoeveel procent bedraagt de verbetering?

Het wettelijke EPB-dossier bevat niet noodzakelijk beide waarden.

Dat betekent niet dat de renovatie onvoldoende energiezuinig is. Het betekent dat de beschikbare rapportering niet alle gegevens oplevert die voor het bijkomende beoordelingskader nodig zijn.

Een project kan dus EPB-conform zijn zonder dat de energiebesparing voor de Europese taxonomie al voldoende is aangetoond.

6. De oplossing: een aanvullende energiesimulatie op basis van EPB-kennis

Om dit probleem op te lossen, kan Egeon Ingenieurs een aanvullende energiesimulatie uitvoeren.

Daarbij worden de energieprestaties van het bestaande gebouw en de geplande gerenoveerde toestand met elkaar vergeleken.

We vertrekken zoveel mogelijk vanuit de beschikbare gebouwgegevens en de toepasselijke energieprestatiemethodiek.

Stap 1 – De bestaande toestand in kaart brengen

Eerst brengen we de energetische kenmerken van het gebouw vóór de renovatie in beeld.

We onderzoeken onder meer de gebouwschil, isolatie, beglazing, verwarmings- en koelsystemen, ventilatie, sanitair warm water en relevante technische installaties.

Bestaande EPC's, plannen, technische fiches, plaatsbezoeken en energieaudits kunnen hiervoor belangrijke informatie leveren.

Ontbrekende gegevens worden geïdentificeerd en waar nodig onderbouwd met transparante aannames.

Stap 2 – De primaire energiebehoefte vóór renovatie bepalen

Op basis van de beschikbare gegevens berekenen of reconstrueren we de primaire energiebehoefte van de oorspronkelijke toestand.

Bij voorkeur wordt gebruikgemaakt van een passende officiële energieprestatieberekening of van gegevens uit een bestaand EPC.

Wanneer een geschikt EPC ontbreekt of niet kan worden opgemaakt, laat de interpretatie van de Europese Commissie onder bepaalde voorwaarden toe om een gedetailleerde gebouwopname, een energieaudit of een andere transparante en proportionele methode te gebruiken.

De gemaakte keuzes, aannames en berekeningswijze moeten daarbij traceerbaar zijn.

Stap 3 – De gerenoveerde toestand simuleren

Vervolgens verwerken we de geplande renovatiemaatregelen in een tweede berekening.

Zo kan worden onderzocht welk effect verschillende ingrepen hebben op de energieprestatie van het gebouw.

Denk aan dak- en gevelisolatie, hoogrendementsbeglazing, de verbetering van de luchtdichtheid, een efficiënter ventilatiesysteem of de optimalisatie van de verwarmings- en koelinstallaties.

We kunnen ook alternatieve scenario's onderzoeken, zodat de bouwheer weet welke combinatie van maatregelen de gewenste verbetering oplevert.

Stap 4 – De energiebesparing berekenen en documenteren

Voor de vergelijking gebruiken we een consistente berekeningsmethode, een duidelijk afgebakend gebouwvolume en vergelijkbare uitgangspunten.

Waar de gebruiksfunctie, oppervlakte of gebouwindeling wijzigt, moet worden onderzocht hoe een correcte vergelijking kan worden gemaakt.

Het resultaat is een technisch rapport met de uitgangstoestand, de gesimuleerde nieuwe toestand, de berekeningsresultaten, de procentuele verbetering en de belangrijkste aannames.

Een aanvullende simulatie vervangt niet automatisch een officieel EPC of een vereiste externe validatie. Bij een taxonomiebeoordeling gaan we daarom ook na welke formele bewijsstukken de opdrachtgever, financier of controlerende instantie verlangt.

7. Praktijkvoorbeeld: haalt een kantoorgebouw de 30%-doelstelling?

Een fictief voorbeeld maakt duidelijk hoe een aanvullende energiesimulatie een concreet verschil kan maken.

Een bestaand kantoor wordt gerenoveerd. De geplande werken omvatten dakisolatie, nieuw buitenschrijnwerk, een verbeterde regeling van de verwarmingsinstallatie en enkele aanpassingen aan de ventilatie.

Het wettelijke EPB-dossier toont aan of de uitgevoerde werken aan de toepasselijke eisen voldoen.

Maar daarmee is de totale primaire-energiebesparing nog niet noodzakelijk gekend.

Egeon maakt daarom een vergelijkende berekening.

  Primaire energiebehoefte
Bestaand gebouw 250 kWh/m²/jaar
Gerenoveerd gebouw – scenario A 190 kWh/m²/jaar
Gerenoveerd gebouw – scenario B 165 kWh/m²/jaar

Scenario A: 24% energiebesparing

De renovatie vermindert de primaire energiebehoefte van 250 naar 190 kWh/m²/jaar.

Dat is een verbetering van 24%.

Hoewel deze renovatie een duidelijke energetische vooruitgang betekent, haalt het scenario de alternatieve taxonomiedrempel van 30% niet.

Scenario B: 34% energiebesparing

Na optimalisatie van het renovatieconcept wordt een primaire energiebehoefte van 165 kWh/m²/jaar berekend.

De besparing bedraagt nu:

(250 − 165) / 250 × 100 = 34%

Daarmee haalt het project in dit illustratieve voorbeeld de vereiste energiebesparing van minstens 30%, voor zover de berekening en maatregelen beantwoorden aan de toepasselijke taxonomiecriteria.

Dat betekent nog niet dat het volledige project taxonomieconform is. Ook de toepasselijke DNSH-voorwaarden, minimale waarborgen en bewijsvereisten moeten worden beoordeeld.

Wat is hier de meerwaarde voor de bouwheer?

De energiesimulatie maakt het mogelijk om vooraf keuzes te maken.

In plaats van na de werken vast te stellen dat de gevraagde besparing onvoldoende gedocumenteerd of niet gerealiseerd is, kan de bouwheer de geplande maatregelen tijdig laten optimaliseren.

Bijvoorbeeld door een extra isolatiemaatregel te combineren met een efficiënter ventilatieconcept.

Dat voorkomt onnodige ingrepen en maakt de technische onderbouwing van het financierings- of subsidiedossier sterker.

De vermelde energieprestaties zijn fictieve voorbeeldwaarden, geen resultaten van een werkelijk Egeon-project.

8. DNSH gaat verder dan energie: welke andere studies zijn relevant?

Energie is slechts één onderdeel van de duurzaamheidsbeoordeling.

Bij Egeon Ingenieurs bekijken we gebouwen vanuit meerdere technische disciplines. Daardoor kunnen we, afhankelijk van de projectvereisten, ook voor andere onderdelen van het DNSH-dossier relevante ondersteuning bieden.

Klimaatadaptatie: is het gebouw voorbereid op toekomstige risico's?

Een energiezuinig gebouw is niet noodzakelijk bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Denk aan toenemende oververhitting, wateroverlast of andere fysieke klimaatrisico's.

De toepasselijke taxonomiecriteria kunnen een beoordeling van fysieke klimaatrisico's vereisen en, indien nodig, aangepaste maatregelen.

Energie- en oververhittingsberekeningen, analyses van technische oplossingen en onderzoek van beschikbare overstromingsgegevens kunnen hiervoor nuttige technische input leveren.

Circulaire economie: wat gebeurt er met de materialen?

Bij renovatie en sloop ontstaan vaak aanzienlijke hoeveelheden afval.

Voor activiteit 7.2 binnen de klimaatmitigatietaxonomie geldt onder meer als DNSH-criterium dat minstens 70 gewichtsprocent van het niet-gevaarlijke bouw- en sloopafval, met de voorgeschreven uitsluitingen, wordt voorbereid voor hergebruik, recyclage of andere materiaalterugwinning.

De criteria vragen daarnaast aandacht voor selectieve sloop en circulair ontwerp.

Een sloopopvolgingsplan (SOP) en een hergebruikinventaris kunnen daarvoor een belangrijke basis vormen.

Met een sloopopvolgingsplan brengen we de aanwezige materialen en afvalstromen in kaart.

Een hergebruikinventaris onderzoekt welke elementen geschikt zijn voor recuperatie en hergebruik.

Deze studies helpen bij het voorbereiden van selectieve afbraak en het documenteren van materiaalstromen.

De uiteindelijke naleving van een afvalpercentage moet wel met de nodige gegevens over de werkelijk verwerkte afvalstromen worden aangetoond.

Preventie van verontreiniging: schadelijke stoffen vermijden

Ook de keuze van bouwmaterialen speelt een rol.

Voor bepaalde renovatieactiviteiten bevatten de taxonomiecriteria eisen met betrekking tot specifieke chemische stoffen en emissies van onder meer formaldehyde en bepaalde vluchtige organische stoffen.

Bij renovatie van bestaande gebouwen is daarnaast aandacht voor asbest en andere gevaarlijke materialen essentieel.

Een correcte asbestinventaris helpt om de aanwezigheid van asbesthoudende toepassingen vast te stellen en de verdere werken veilig voor te bereiden.

Ook productfiches, emissieverklaringen en andere materiaaldocumentatie kunnen deel uitmaken van het bewijsmateriaal.

Water: ook de technische uitrusting telt

Voor bepaalde renovaties van niet-residentiële gebouweenheden stelt de taxonomie eisen aan het waterverbruik van nieuw geplaatste sanitaire toestellen.

Zo worden voor bepaalde kranen, douches en toiletten maximale waterdebieten of spoelvolumes vastgelegd.

De productspecificaties zijn dan belangrijk om de conformiteit te kunnen aantonen.

Dit toont aan dat DNSH ook invloed heeft op relatief kleine ontwerpkeuzes, die best al bij het opstellen van het lastenboek worden meegenomen.

9. Hoe kan Egeon Ingenieurs uw project begeleiden?

Een taxonomie- of DNSH-dossier vraagt vaak informatie van verschillende partijen: de architect, EPB-verslaggever, studiebureaus, aannemers en opdrachtgever.

Wanneer deze informatie pas op het einde van een project wordt verzameld, blijken bepaalde gegevens soms niet meer beschikbaar.

Egeon kan helpen om de technische onderbouwing vanaf het ontwerp gestructureerd aan te pakken.

Afhankelijk van het project kunnen wij ondersteuning bieden bij EPB- en PEB-verslaggeving, EPC's, aanvullende energiesimulaties, vergelijkende energieberekeningen, energieadvies, asbestinventarisatie, sloopopvolgingsplannen en hergebruikinventarissen.

We starten bij voorkeur met een gerichte analyse van de specifieke vraag.

Moet een renovatie 30% primaire-energievermindering aantonen? Vraagt een FEDER-project een DNSH-verantwoording? Of wil een financier een onderbouwde vergelijking tussen verschillende energetische renovatiescenario's?

Niet iedere vraag vereist een volledige nieuwe studie.

Soms volstaat het om bestaande EPB- of EPC-gegevens aan te vullen. In andere gevallen is een bijkomende simulatie of technische beoordeling nodig.

Onze doelstelling is steeds dezelfde: de gevraagde prestaties aantoonbaar maken, met zo veel mogelijk gebruik van de informatie die al beschikbaar is.

Waar een volledige taxonomiebeoordeling ook juridische, financiële of organisatorische verificatie vereist, stemmen we onze technische input af op de verantwoordelijke adviseurs en beoordelaars.

10. Veelgestelde vragen over Europese taxonomie, DNSH en EPB

Is de Europese taxonomie verplicht voor elk bouwproject?

Nee. De taxonomie is geen algemene bouwvergunningseis voor ieder project.

Ze speelt vooral een rol bij de classificatie van duurzame economische activiteiten, bepaalde rapporteringsverplichtingen en financiële toepassingen.

Daarnaast kunnen opdrachtgevers of subsidiërende instanties specifieke eisen opleggen.

Is een EPB-aangifte voldoende om aan DNSH te voldoen?

Niet noodzakelijk.

Een EPB-aangifte toont de naleving van de toepasselijke energieprestatie- en binnenklimaateisen aan.

DNSH kan ook bijkomende eisen stellen inzake klimaatadaptatie, circulariteit, watergebruik en verontreiniging.

Kan Egeon het primaire energieverbruik van een renovatie berekenen als de EPB-software geen officieel resultaat oplevert?

Ja. Afhankelijk van de beschikbare gegevens en de gebouwsituatie kan Egeon een aanvullende energiesimulatie of vergelijkende energieberekening uitvoeren.

Daarbij wordt afzonderlijk gedocumenteerd welke methode is gebruikt en welk statuut de berekening heeft.

De aanvaarding als bewijs voor een specifiek taxonomie- of subsidietraject moet steeds worden nagegaan.

Is 30% energiebesparing altijd vereist?

Nee.

Voor activiteit 7.2 binnen de klimaatmitigatietaxonomie bestaat ook de alternatieve route via de toepasselijke eisen voor een ingrijpende renovatie.

Bovendien kunnen andere economische activiteiten en subsidieprogramma's andere criteria hebben.

Mag ik zonnepanelen meetellen om de 30% te behalen?

Een vermindering van de netto primaire energiebehoefte die louter voortkomt uit energieopwekking uit hernieuwbare bronnen mag niet worden meegeteld voor de alternatieve 30%-route van activiteit 7.2.

Dat betekent niet dat zonnepanelen geen waarde hebben. Hernieuwbare-energie-installaties kunnen onder andere onderdelen van de taxonomie worden beoordeeld.

Is een EPC hetzelfde als een taxonomieconformiteitsattest?

Nee.

Een EPC beschrijft de energieprestatie volgens een bepaalde certificeringsmethode.

Taxonomieconformiteit vraagt een bredere beoordeling van de economische activiteit, de relevante technische criteria, DNSH en minimale waarborgen.

Wanneer starten we best met de DNSH-beoordeling?

Zo vroeg mogelijk, bij voorkeur tijdens de ontwerp- of voorstudiefase.

Op dat moment kunnen technische keuzes nog worden bijgestuurd en kunnen de vereiste bewijsstukken worden opgenomen in de afspraken met ontwerpers en aannemers.

Conclusie: energieprestaties berekenen is één zaak, ze aantoonbaar maken een tweede

De Europese taxonomie en het DNSH-principe veranderen de manier waarop duurzaam bouwen en renoveren wordt beoordeeld.

Waar de aandacht vroeger vooral lag op het behalen van de wettelijke EPB-eisen, ontstaat bij bepaalde projecten een bijkomende behoefte aan meetbare en verifieerbare milieuprestaties.

Vooral bij renovaties levert dat nieuwe uitdagingen op.

Een wettelijk correct EPB-dossier bevat immers niet altijd de gegevens die nodig zijn om de primaire-energiebesparing vóór en na de werken aan te tonen.

Met een aanvullende energiesimulatie kan die leemte vaak worden ingevuld.

Door de berekeningen te combineren met de juiste technische documentatie en een tijdige beoordeling van de projectvoorwaarden ontstaat een sterker en beter controleerbaar dossier.

Dat is waar Egeon Ingenieurs het verschil wil maken: niet alleen nagaan of een gebouw aan de regelgeving voldoet, maar ook de technische gegevens aanleveren waarmee bouwheren en investeerders onderbouwde beslissingen kunnen nemen.

Heeft uw bouw- of renovatieproject een taxonomie- of DNSH-onderbouwing nodig?

Werkt u aan een renovatie waarvoor een primaire-energiebesparing moet worden aangetoond? Of vraagt een bank, investeerder of subsidiërende overheid bijkomende technische informatie?

Egeon Ingenieurs bekijkt graag welke berekeningen en studies nodig zijn en hoe bestaande EPB- of EPC-gegevens maximaal kunnen worden benut.

Contacteer ons via info@egeon.be of www.egeon.be.

Egeon Ingenieurs – Onze aanpak = jouw gemoedsrust.


Bronnen en regelgeving – gecontroleerd op 15 oktober 2026

Europese Taxonomieverordening (EU) 2020/852.

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139, geconsolideerde versie, met bijzondere aandacht voor bijlage I, activiteiten 7.1, 7.2 en 7.7.

Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486 en wijzigingsverordening (EU) 2026/73.

Mededelingen van de Europese Commissie C/2023/267 en C/2025/1373 met interpretaties van de taxonomiecriteria.

Richtlijn (EU) 2026/470 over de vereenvoudiging van de duurzaamheidsrapportering.

Officiële EPB- en PEB-informatie van VEKA, Leefmilieu Brussel en de Waalse energiedienst.

Officiële DNSH-richtlijnen voor FEDER-projecten van Wallonie Europe.

De toepasselijke criteria hangen steeds af van de economische activiteit, de financieringsvoorwaarden en de regelgeving die geldt voor het concrete project.

Contacteer Ons