1793956975_6aed9c6fe6d3d.jpg

Materiaalprestatiedeskundige vanaf 2028: wat verandert er voor bouwheren en architecten?

06 Nov 2026

We bouwen steeds energiezuiniger, maar hoe duurzaam zijn de materialen waarmee we bouwen? Vanaf 2028 wordt ook de klimaatimpact van bouwmaterialen een verplicht onderdeel van de beoordeling van nieuwe gebouwen. Naast de vertrouwde EPB-verslaggeving komt er een berekening van de materiaalprestaties over de volledige levenscyclus van het gebouw. Wat houdt dit precies in, wie wordt hiervoor verantwoordelijk en hoe kan Egeon Ingenieurs je hierbij ondersteunen?

Van energiezuinig naar materiaalbewust bouwen

De voorbije jaren lag de focus in de bouwsector voornamelijk op het beperken van het energieverbruik van gebouwen. Isolatie, luchtdichtheid, ventilatie en efficiënte technieken werden steeds belangrijker om aan de EPB-eisen te voldoen.

Maar een gebouw heeft al een aanzienlijke milieu-impact vóór het in gebruik wordt genomen.

De productie van beton, staal, baksteen, isolatie en andere bouwmaterialen veroorzaakt uitstoot. Ook het transport, de plaatsing, het onderhoud, de vervanging en uiteindelijk de afbraak van materialen dragen bij aan de totale milieu-impact.

Naarmate gebouwen energiezuiniger worden, verdient die materiaalgebonden impact meer aandacht.

De Europese richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD) speelt hierop in. Ze verplicht de lidstaten om bij nieuwbouw ook het Global Warming Potential (GWP) over de volledige levenscyclus van gebouwen te berekenen en te rapporteren.

Wanneer wordt de materiaalprestatieberekening verplicht?

De invoering gebeurt in twee fasen:

  • Vanaf 1 januari 2028: voor nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m² waarvoor een EPC Bouw vereist is.

  • Vanaf 1 januari 2030: voor alle nieuwe gebouwen waarvoor een EPC Bouw vereist is.

Concreet betekent dit dat grotere appartementsgebouwen, kantoren en andere nieuwbouwprojecten als eerste met de verplichting te maken krijgen. Vanaf 2030 volgen ook kleinere nieuwbouwprojecten, waaronder eengezinswoningen.

De Europese verplichting wordt momenteel verder uitgewerkt in Vlaamse regelgeving. De precieze administratieve procedures en uitvoeringsmodaliteiten worden nog vastgelegd.

Belangrijk: in eerste instantie gaat het om de berekening en rapportering van de klimaatimpact. Dit betekent niet automatisch dat er vanaf 2028 al een algemeen maximaal toegelaten GWP voor elk gebouw geldt. De Europese regelgeving voorziet ook een traject om toekomstige grenswaarden in te voeren.

Wat is de rol van de materiaalprestatieverantwoordelijke?

Aanvankelijk werd gesproken over de invoering van een afzonderlijke materiaalprestatiedeskundige.

De Vlaamse Regering heeft inmiddels gekozen voor een meer geïntegreerde aanpak. Volgens het ontwerp van regelgeving kan de rol van materiaalprestatieverantwoordelijke worden opgenomen door de architect of de bestaande EPB-verslaggever.

Daarmee wil Vlaanderen vermijden dat bouwheren voor ieder nieuw aspect van een bouwproject een bijkomende deskundige moeten inschakelen.

De materiaalprestatieverantwoordelijke zal onder meer instaan voor:

  • Het verzamelen en verwerken van de relevante materiaalgegevens.

  • Het uitvoeren en opvolgen van de materiaalprestatieberekening.

  • Het correct rapporteren van de klimaatimpact van het gebouw.

  • Het afstemmen van de materiaalgegevens met de energieprestatieverslaggeving.

Er wordt voorzien in certificering en kwaliteitsbewaking. De concrete voorwaarden worden verder geregeld in het Vlaamse uitvoeringskader.

Hoe wordt de milieu-impact van materialen berekend?

In België beschikken we al over een instrument om de milieu-impact van gebouwen te beoordelen: TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental Impact of Materials).

Deze tool werd ontwikkeld door de drie gewesten en maakt gebruik van een levenscyclusanalyse (LCA).

Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de impact tijdens de productie van bouwmaterialen, maar ook naar hun volledige levensduur.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • De ontginning en productie van grondstoffen en bouwmaterialen.

  • Het transport naar de bouwplaats en de uitvoering van de werken.

  • Het onderhoud en de vervanging van materialen tijdens het gebruik.

  • De afbraak, afvalverwerking en mogelijkheden voor hergebruik of recyclage.

TOTEM beoordeelt verschillende milieu-indicatoren. De GWP-indicator, uitgedrukt in CO₂-equivalenten, is daarvan één onderdeel en vormt de basis van de nieuwe Europese rapporteringsverplichting.

De bedoeling is om de materiaalprestatieberekening zoveel mogelijk te integreren met het bestaande EPB-proces, zodat gegevens niet onnodig dubbel moeten worden ingevoerd.

Materiaalkeuzes kunnen een groot verschil maken

Een materiaalprestatieberekening is veel meer dan een bijkomend administratief verslag. Ze biedt de mogelijkheid om ontwerpkeuzes objectief te vergelijken.

Enkele voorbeelden uit de praktijk:

1. Betonconstructie of houtconstructie?

Een draagstructuur in beton heeft een ander milieuprofiel dan een structuur in hout of een hybride constructie. Maar de beoordeling hangt ook af van de benodigde materiaalhoeveelheden, de levensduur, de technische prestaties en de mogelijkheden voor hergebruik.

2. Meer isolatie is niet automatisch de meest duurzame oplossing

Bijkomende isolatie verlaagt doorgaans het energieverbruik, maar de productie van isolatiematerialen veroorzaakt zelf ook milieu-impact. Door energie- en materiaalprestaties samen te beoordelen, kan een evenwichtige keuze worden gemaakt.

3. Renovatie of volledige nieuwbouw?

Het behouden van bestaande funderingen, vloeren of draagstructuren kan de behoefte aan nieuwe materialen aanzienlijk verminderen. Een levenscyclusanalyse helpt om de voordelen en aandachtspunten van verschillende scenario's inzichtelijk te maken.

4. Materialen met een lange levensduur

Een materiaal met een lage initiële milieu-impact is niet altijd de beste keuze wanneer het tijdens de levensduur van het gebouw meerdere keren moet worden vervangen.

Het gaat dus niet alleen om de keuze van één duurzaam materiaal, maar om de totale milieu-impact van het gebouw.

Waarom al rekening houden met materiaalprestaties tijdens het ontwerp?

De grootste optimalisatiemogelijkheden liggen doorgaans in de vroege ontwerpfase.

Op dat moment kunnen nog relatief eenvoudig keuzes worden gemaakt over de draagstructuur, gebouwcompactheid, gevelmaterialen, isolatie en opbouw van constructie-elementen.

Wanneer het uitvoeringsdossier volledig is uitgewerkt of de werken al gestart zijn, wordt bijsturen moeilijker en vaak duurder.

Door materiaalprestaties vroegtijdig te onderzoeken, kunnen architecten en bouwheren:

  • Verschillende ontwerpvarianten objectief vergelijken.

  • De milieu-impact beperken zonder technische prestaties uit het oog te verliezen.

  • Onnodig materiaalgebruik vermijden.

  • Energieprestaties en materiaalprestaties beter op elkaar afstemmen.

  • Hun project voorbereiden op de toekomstige rapporteringsverplichtingen.

Ook voor projecten die pas vanaf 2030 onder de verplichting zullen vallen, kan een vroege beoordeling nuttig zijn.

Hoe kan Egeon Ingenieurs je ondersteunen?

Egeon Ingenieurs beschikt over expertise op het vlak van EPB-verslaggeving, energieprestaties, duurzaamheid en bouwtechnische studies.

Die multidisciplinaire aanpak vormt een belangrijke troef bij de verdere integratie van energie- en materiaalprestaties.

Wij kunnen ontwerpteams en bouwheren ondersteunen bij:

  • TOTEM-berekeningen: de milieu-impact van een gebouw of verschillende ontwerpvarianten inzichtelijk maken.

  • Materiaaladvies: alternatieve materiaalkeuzes en constructieopbouwen onderzoeken.

  • Afstemming met EPB: energieprestaties en materiaalimpact samen beoordelen.

  • Voorbereiding op de nieuwe regelgeving: de benodigde gegevens en het ontwerp tijdig afstemmen op de toekomstige rapportering.

  • Circulair bouwen: het hergebruikpotentieel van materialen onderzoeken, onder meer met een hergebruikinventaris.

Ons uitgangspunt blijft hetzelfde: geen berekeningen om de berekeningen, maar concrete inzichten waarmee architecten en bouwheren betere beslissingen kunnen nemen.

Bouwplannen voor 2028 of later? Bereid je nu al voor.

De nieuwe materiaalprestatieberekening betekent een belangrijke evolutie in de manier waarop we gebouwen beoordelen.

Waar vroeger vooral het energieverbruik centraal stond, wordt voortaan ook de klimaatimpact van de gebruikte materialen zichtbaar gemaakt.

Voor architecten, bouwheren en projectontwikkelaars is het daarom verstandig om hier vandaag al rekening mee te houden, zeker bij grotere projecten met een langere ontwerp- en uitvoeringstermijn.

Egeon Ingenieurs helpt je om energieprestaties en materiaalprestaties samen te bekijken, vanaf de ontwerpfase.

Wil je weten welke impact de nieuwe regelgeving heeft op jouw project, of wil je verschillende materiaalkeuzes laten vergelijken?

Neem contact op via offerte@egeon.be of ontdek onze dienstverlening rond materiaalprestaties en TOTEM.

Egeon Ingenieurs – Onze aanpak = jouw gemoedsrust.

 

Veelgestelde vragen over materiaalprestatieberekeningen, TOTEM en de nieuwe regelgeving

1. Wat is een materiaalprestatiedeskundige?

Een materiaalprestatiedeskundige is een professional die de milieu-impact van bouwmaterialen en gebouwen berekent en beoordeelt. In de nieuwe Vlaamse regelgeving wordt hiervoor de functie van materiaalprestatieverantwoordelijke (MP-verantwoordelijke) voorzien. Deze staat in voor de berekening en rapportering van de klimaatimpact van een gebouw over zijn volledige levenscyclus.

2. Vanaf wanneer is een materiaalprestatieberekening verplicht in Vlaanderen?

De verplichting wordt gefaseerd ingevoerd. Vanaf 1 januari 2028 geldt ze voor nieuwe EPB-plichtige gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m². Vanaf 1 januari 2030 wordt de verplichting uitgebreid naar alle nieuwe EPB-plichtige gebouwen. De praktische uitvoering in Vlaanderen wordt nog verder geregeld.

3. Welke gebouwen vallen vanaf 2028 onder de nieuwe verplichting?

Vanaf 2028 gaat het om nieuwe EPB-plichtige gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m². Denk bijvoorbeeld aan grotere appartementsgebouwen, kantoren, scholen en andere nieuwbouwprojecten. Of een concreet project onder de verplichting valt, hangt af van de gebouwkenmerken en de toepasselijke regelgeving.

4. Is een materiaalprestatieberekening ook verplicht voor een nieuwbouwwoning?

Voor een gewone nieuwbouwwoning wordt de materiaalprestatieberekening volgens de Europese planning verplicht vanaf 1 januari 2030, wanneer het om een nieuw EPB-plichtig gebouw gaat. Vanaf 2028 geldt de verplichting al voor nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m².

5. Is een materiaalprestatieberekening verplicht bij renovatie?

De nieuwe Europese GWP-rapporteringsverplichting richt zich op nieuwe gebouwen en geldt niet automatisch voor elke renovatie. Toch kan een materiaalprestatieberekening ook bij renovaties bijzonder nuttig zijn, bijvoorbeeld om het behoud van een bestaande draagstructuur te vergelijken met volledige afbraak en nieuwbouw.

6. Wat is het verschil tussen een EPB-verslaggever en een materiaalprestatieverantwoordelijke?

Een EPB-verslaggever volgt de energieprestatie-eisen van een gebouw op. Een materiaalprestatieverantwoordelijke staat in voor de berekening en rapportering van de klimaatimpact over de volledige levenscyclus van het gebouw. Beide functies vullen elkaar aan. Volgens de Vlaamse ontwerpregelgeving kan een EPB-verslaggever ook materiaalprestatieverantwoordelijke worden, mits bijkomende opleiding, examen en certificering.

7. Mag een EPB-verslaggever ook materiaalprestatieberekeningen uitvoeren?

Ja. Volgens de Vlaamse ontwerpregelgeving kunnen erkende EPB-verslaggevers in aanmerking komen om als materiaalprestatieverantwoordelijke op te treden. Een bestaande EPB-erkenning alleen volstaat echter niet. Er wordt een specifieke opleiding, een examen en certificering voorzien.

8. Moet de materiaalprestatieverantwoordelijke dezelfde persoon zijn als de EPB-verslaggever?

Nee. Volgens de ontwerpregelgeving mag de materiaalprestatieverantwoordelijke een andere persoon zijn dan de aangestelde EPB-verslaggever of architect. Beide opdrachten kunnen dus afzonderlijk worden uitgevoerd, al kan een gecombineerde aanpak de gegevensuitwisseling en projectopvolging vereenvoudigen.

9. Wat is een TOTEM-berekening?

Een TOTEM-berekening brengt de milieu-impact van bouwmaterialen en gebouwonderdelen in kaart. TOTEM staat voor Tool to Optimise the Total Environmental Impact of Materials en is een Belgische rekentool die werkt op basis van levenscyclusanalyse (LCA). Met TOTEM kunnen architecten, bouwheren en studiebureaus verschillende materialen en constructieopbouwen vergelijken.

10. Wat is het verschil tussen TOTEM en een GWP-berekening?

TOTEM beoordeelt meerdere milieu-impactcategorieën van materialen en gebouwen. GWP (Global Warming Potential) focust specifiek op hun bijdrage aan de klimaatverandering, uitgedrukt in CO₂-equivalenten. Een GWP-berekening is dus specifieker dan een volledige milieuprestatiebeoordeling. De Vlaamse overheid werkt aan een koppeling tussen materiaalprestatieberekeningen, TOTEM en het bestaande energieprestatieproces.

11. Wat is de CO₂-impact van bouwmaterialen?

De CO₂-impact van bouwmaterialen omvat de broeikasgasuitstoot die gepaard gaat met onder meer de productie, het transport, de plaatsing, het onderhoud, de vervanging en de afvalverwerking van materialen. Bij een GWP-berekening over de volledige levenscyclus van een gebouw worden ook de emissies tijdens de gebruiksfase meegenomen.

12. Welke bouwmaterialen hebben de laagste milieu-impact?

Er bestaat geen bouwmateriaal dat in alle toepassingen de laagste milieu-impact heeft. De beoordeling hangt af van de hoeveelheid materiaal, de productie, de technische eigenschappen, de levensduur en de mogelijkheden voor hergebruik. Met een TOTEM-berekening kunnen bijvoorbeeld verschillende vloeropbouwen, draagstructuren, isolatiematerialen en gevelsystemen objectief worden vergeleken.

13. Is houtbouw altijd duurzamer dan betonbouw?

Niet noodzakelijk. Hout kan voordelen bieden op het vlak van materiaalgebonden klimaatimpact, maar de uiteindelijke beoordeling hangt af van het volledige ontwerp. Ook de benodigde hoeveelheden, transportafstanden, levensduur, technische prestaties en verwerking na gebruik spelen een rol. Een levenscyclusanalyse maakt een onderbouwde vergelijking mogelijk.

Contacteer Ons