EPC Publieke gebouwen

Achtergrond

Het energieprestatiecertificaat (EPC) voor publieke gebouwen geeft uitvoering aan de Europese Richtlijn (2002/91/EG) betreffende energieprestatie van gebouwen. In deze richtlijn wordt gesteld dat publieke gebouwen die vaak door het publiek worden bezocht en een bruikbare vloeroppervlakte hebben groter dan 1000 m², over een energieprestatiecertificaat moeten beschiken en dit certificaat op een voor het publiek zichtbare plaats moeten uithangen. Vanaf januari 2013 zullen alle gebouwen met een vloeroppervlakte groter dan 500 m² over een EPC moeten beschikken. Prijzen of tarieven voor de opmaak van een EPC voor publieke gebouwen vindt u hier. 
 

Concreet in Vlaanderen

Deze Europese richtlijn werd omgezet met het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de invoering van het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen, goedgekeurd op 20 april 2007. Voor publieke gebouwen wordt het energieprestatiecertificaat gebaseerd op de gemeten (werkelijke) energieverbruiken. Hierdoor wordt een belangrijke stimulans gegeven aan overheidsdiensten en publieke organisaties om hun energieverbruik op te volgen.
Het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen is verplicht vanaf 1 janauri 2009. Publieke gebouwen die na 1 oktober 2007 door een publieke organisatie in gebruik genomen worden, moeten uiterlijk 15 maanden na de ingebruikname over een EPC beschikken. Het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen is maximaal 10 jaar geldig. Als een publiek gebouw waarvoor een nog geldig energieprestatiecertificaat werd opgemaakt een andere gebruiker krijgt, dan vervalt het energieprestatiecertificaat in kwestie. De oorzaak daarvan is dat het de gebruiker is die instaat voor de opmaak van het energieprestatiecertificaat en dit dus niet aan een specifiek gebouw is gerelateerd. Als de nieuwe gebruiker een publieke organisatie is, moet deze dus binnen de 15 maanden na ingebruikname van het publieke gebouw over een EPC beschikken. Het energieprestatiecertificaat wordt, naast de bouwfysische eigenschappen, immers gebaseerd op het gebruikersgedrag van de publieke organisatie.
 

Voor welke gebouwen?

Volgens de Europese richtlijn moet een certificaat beschikbaar zijn voor de gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1000 m², waarin een publieke organisatie gevestigd is die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekt en die vaak door het publiek wordt bezocht.
Onder publieke organisatie verstaan we diensten aanbieden die worden of werden verzorgd door de overheid (ook al zijn ze nu uitbesteed) of worden gesubsidieerd door de overheid, voor zover ze in het Vlaamse Gewest liggen. We denken hierbij aan:

  • De federale overheid, inclusief parastatalen
  • De Vlaamse overheid, inclusief intern en extern verzelfstandigde agentschappen
  • De provinciale overheden
  • De gemeentelijke overheden, inclusief OCMW’s, gemeentescholen, bibliotheken, CC’s, sporthallen,…
  • Gebouwen van overheidsbedrijven: postkantoren, stations, …
  • Instellingen voor onderwijs, welzijns- of gezondheidsvoorzieningen, …

Ook gebouwen die door vzw’s worden gebruikt die publieke diensten aanbieden of die door een overheid werden opgericht, vallen onder het toepassingsgebied. Gebouwen van vzw’s die geen onderwijs, welzijns- of gezondheidsvoorzieningen als publieke dienstverlening aanbieden en niet door een overheid werden opgericht, vallen niet onder deze regeling, zelfs al worden ze gesubsidieerd door een overheid.
Beschermde gebouwen vallen onder deze regelgeving omdat het EPC een informatief doel heeft en geen verplichtingen oplegt.
Als het gebouw over een loket- of onthaalfunctie beschikt, wordt ervan uitgegaan dat het frequent door het publiek wordt bezocht. Gebouwen zoals loodsen, postsorteercentra edm vallen niet onder de regelgeving daar deze niet publiek toegankelijk zijn. Uiteraard kunnen voor deze gebouwen op vrijwillige basis eveneens energieprestatiecertificaten worden opgemaakt.
Hotels, banken en private kantoren vallen niet onder deze regelgeving omdat de burger de vrije keuze heeft of hij al dan niet een beroep doet op deze diensten en omdat ze oorspronkelijk niet door de overheid werden verzorgd.

Wat is een EPC-kengetal?

Om in overeenstemming te zijn met de Europese richtlijn zal het enegrieprestatiecertificaat de volgende gegevens bevatten:

  • De datum van opmaak van het EPC, de bestemming en het adres van het gebouw
  • De uitdrukking van de energieprestatie van het gebouw aan de hand van een kengetal
  • De referentiewaarden met betrekking tot de geldende minimumeisen en de benchmarks
  • Een adviesluik

Het adviesluik van het certificaat bevat aanbevelingen voor de kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie van het gebouw, die minstens betrekking hebben op energiezorg, gebouwschil, warmwaterproductie en –verdeling, koudeproductie en –verdeling, sanitair warm water, ventilatie en elektrische apparatuur.
Deze adviezen zijn momenteel louter informatief en geven de gebouwbeheerder een houvast over welke richtingen kunnen worden ingeslagen om op een economisch verantwoorde manier energie te besparen.

Wie kan het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen opmaken?

Een energieprestatiecertificaat wordt opgemaakt door een erkende energiedeskundige voor publieke gebouwen. Er zijn hierbij twee mogelijkheden:

  1. de publieke organisatie doet beroep op een erkend extern energiedeskundige zoals Egeon B.V.B.A.
  2. de publieke organisatie kan opteren voor een intern energiedeskundige: dit is een medewerker van de publieke organisatie (dus niet van zusterorganisaties,…) die minstens twee jaar relevante beroepservaring heeft in milieuzorg binnen de organisatie. Deze interne energiedeskundige kan eventueel ook worden aangeduid na het volgen van een erkende opleiding tot energiedeskundige type C voor publieke gebouwen, waarna de voorwaarde van 2 jaar relevante beroepservaring wegvalt.
     

Bron