Bij gebouwen waar residentiële en niet-residentiële functies gecombineerd worden, zoals:
stelt zich vaak de vraag:
Moeten we kiezen voor een EPC niet-residentieel (EPC NR) of moeten de wooneenheden toch een EPC residentieel krijgen?
De regelgeving laat vandaag verschillende pistes toe.
Maar de keuze die u maakt, heeft belangrijke gevolgen op vlak van:
In deze blog zetten we alles helder op een rij.
In veel gevallen is dit vandaag de logische of zelfs aangewezen keuze.
Dat betekent:
Een EPC residentieel mag enkel worden opgemaakt door een energiedeskundige type A.
Een EPC NR door een energiedeskundige type D.
Het niet-residentiële deel, bv het WZC, blijft onder de NR-regels zoals hieronder beschreven:
Bij de residentiële eenheden is volgende specifieke reglementering van toepassing:
1️⃣ Renovatieverplichting voor nieuwe eigenaars
Deze renovatieverplichting is van toepassing in volgende gevallen:
Voor wooneenheden met label E of F geldt dat binnen 6 jaar na overdracht het EPC verbeterd moet worden naar minstens label D.
Belangrijk:
2️⃣ Nieuwe energienorm vanaf 2030
Vanaf 1 januari 2030 moeten verhuurde woningen voldoen aan een minimaal EPC-label.
Deze norm wordt:
De minimale dakisolatie- en dubbelglasnorm bestaan vandaag al.
Vanaf 2030 wordt ook het minimale EPC-label onderdeel van de woningkwaliteitsnormen.
✔ Geldigheid van het certificaat is 10 jaar
✔ Geen verbruiksgegevens nodig
✔ Geen berekening op siteniveau
✔ PV-installaties worden enkel toegekend aan de eenheid waarop ze aangesloten zijn
Let op bij gemengde metering:
Wanneer residentiële eenheden aangesloten zijn op de hoofdmeter van het zorggedeelte:
U kan er ook voor kiezen om voor alle eenheden (ook de assistentiewoningen of studio’s) een EPC niet-residentieel te laten opmaken.
Alle eenheden vallen dan onder de niet-residentiële regelgeving.
1️⃣ Hernieuwbare energiedoelstellingen
Niet-residentiële gebouwen moeten voldoen aan:
Het EPC NR-label wordt uitgedrukt in het aandeel hernieuwbare energie.
Belangrijk:
Dit aandeel kan bepaald worden op:
Dat biedt soms strategische flexibiliteit.
2️⃣ Renovatieverplichting bij overdracht
Bij verkoop, erfpacht of opstalrecht kan binnen de 6 jaar een minimaal maatregelenpakket verplicht worden.
Dat kan betrekking hebben op:
Deze verplichting geldt per eenheid waarvoor een EPC NR werd opgemaakt.
Belangrijke aandachtspunten
✔ Geldigheid EPC NR: 5 jaar
✔ Verbruiksgegevens zijn verplicht jaarlijks bij te houden voor het bepalen van het label
✔ Indien verbruiksgegevens ontbreken, wordt een label X gegenereerd
✔ Gebouwbeheersysteem (BACS) verplicht bij klimatisatiesystemen (verwarming en/of koeling) met een vermogen vanaf 290 kW
Wanneer de assistentiewoningen zich in een afzonderlijk gebouw bevinden, los van het WZC, kan bijkomend een EPC Gemeenschappelijke Delen (EPC GD) verplicht zijn.
Voorbeeld 1
Woonzorgcentrum met 20 assistentiewoningen in één gebouw:
Alles EPC NR
Combinatie
Voorbeeld 2
Woonzorgcentrum met 20 assistentiewoningen in twee gebouwen op dezelfde site:
Alles EPC NR
Combinatie
Dat hangt af van:
Wat administratief eenvoudiger lijkt, kan op lange termijn zwaardere renovatieverplichtingen opleveren.
Een voorafgaande strategische analyse voorkomt onaangename verrassingen.
Bij gemengde residentiële en niet-residentiële gebouwen, zoals assistentiewoningen binnen een zorgsite, is de keuze tussen:
of
geen louter administratieve beslissing.
Ze beïnvloedt de:
Wilt u weten welke aanpak voor uw gebouw of zorgsite het meest aangewezen is?
Wij analyseren uw situatie technisch én strategisch, zodat u juridisch correct én toekomstgericht beslist.